De slang, de draak en de tijger.
De slang was aan het slapen toen kwam de draak er aan en toen was de slang wakker. En toen kwam de tijger eraan. En toen gingen ze vechten. Maar de draak ging er tussenin staan en toen zei de draak STOP En nu moeten jullie het goed maken. En ook tijger! Sorry zei de slang en toen ging het regenen, oh nee we moeten snel naar huis. En toen ging het donderen. Toen gingen ze samen eten. En ook nog een lekker toetje. Toen was de regen gestopt en toen konden ze weer buiten spelen. Toen pakte de tijger een flesje bier en hij dronk het op. Toen was hij ziek en toen bedacht de draak een drankje en toen zei de tijger dankjewel. Hij dronk het op en toen was hij weer fit want het drankje was heel lekker. Ze gingen buiten spelen. En toen viel slang over een tak want hij keek niet goed uit want hij keek naar de anderen, die hadden heel veel plezier!
groetjes Remi en Gerbrand (groep 3)
Een boer en zijn trekker
Een boer was soo dom omdat hij wist niet hoe hij een trekker moest maken omdat de trekker kupot was. Maar de boer die wilde naar de trekkermaker rijden toen rijd de boer op de trekker en doen ging die kupot. De boer zegt Oh nee. De boer beld een man die man stopt met een dieplader, toen was de man er al! Toen moest de trekker op de dieplader en ging naar de trekkermaker. En de andere dag was die klaar. De trekker was blij maar de boer moest betalu. Maar de boer had eens niet genoeg geld. Maar de man wist wel wat, hij hoefde niet te betalen!
groetjes Wybren (groep 3)